|
In
2009 hebben 48.102 belastingplichtigen buitenlandse onroerende inkomsten op hun
aangifte vermeld of kregen ze een rechtzetting waarbij buitenlandse onroerende
inkomsten door de fiscus werden toegevoegd. Dit komt overeen met ongeveer
30.000 buitenlandse onroerende eigendommen. Volgens sp.a-Kamerlid Dirk Van der Maelen is dat slechts een fractie van
het totaal aantal buitenlandse eigendommen en laat de controle te wensen over.
Dirk Van der Maelen: "De controle op buitenlandse eigendommen is belangrijk om
fiscale en sociale misbruiken aan te pakken. Daar is internationale
samenwerking voor nodig en die is er veel te weinig."
In 2009 hebben 48.102
belastingplichtigen buitenlandse onroerende inkomsten op hun aangifte vermeld
of kregen ze een rechtzetting waarbij buitenlandse onroerende inkomsten door de
fiscus werden toegevoegd. Dat is net geen drie procent meer dan voor
aanslagjaar 2008. Dit blijkt uit het antwoord op een parlementaire vraag van sp.a-Kamerlid Dirk Van der Maelen. Op
basis van de 48.102 belastingplichtigen waarvan sprake schat de sp.a'er het
aantal aangegeven buitenlandse onroerende eigendommen op ongeveer 30.000. Dat
komt onder andere omdat de eigendommen van gehuwde koppels dubbel geteld worden
in deze cijfers. "Wetende dat Belgen alleen al in Frankrijk 29.000 eigendommen
bezitten is het duidelijk dat het grootste deel van de buitenlands eigendommen
niet worden aangegeven." Naar schatting hebben de Belgen ongeveer 108.000
tweede verblijven in het buitenland[1].
Internationale
samenwerking loont
De beperkte toename van 3% staat in
schril contrast met de sterke toename van meer dan 50% tussen 2005 en 2006. Tussen
2006 en 2007 was er nog een toename van ongeveer 10%. Nadien stagneerde het
aantal. De grote toename tussen 2005 en 2007 was het gevolg van een actie van
Financiën op aandringen van sp.a-parlementslid Dirk Van der
Maelen. Aan de Franse fiscus werd een lijst gevraagd met alle onroerende
eigendommen van Belgische belastingplichtigen. Een positief antwoord volgde
snel. Met die gegevens konden de controleurs aan de slag. Bovendien heeft de
berichtgeving hierover in de pers er ongetwijfeld toe geleid dat meer mensen
hun buitenlandse eigendom hebben aangegeven uit vrees voor een controle. Beide
effecten zijn nu uitgedoofd. Sindsdien heeft de fiscus bij geen enkel land om
zo'n lijst gevraagd wat de stagnatie van het aantal aangiften verklaart. Dirk
Van der Maelen: "De samenwerking met
Frankrijk bewijst dat controle efficiënt kan en dat het resultaten oplevert. Financiën
moet dan ook dringend werk maken van het opvragen van dergelijke lijsten bij
andere landen, te beginnen bij de populaire vakantiebestemmingen zoals Spanje,
Italië, Marokko en Turkije."
Waarom
is controle op buitenlandse eigendommen
belangrijk?
Iedere belastingplichtige is
wettelijk verplicht zijn buitenlandse onroerende inkomsten aan te geven. Alhoewel
die inkomsten, in geval van een dubbelbelastingverdrag, in België niet belast
worden, zijn ze wel van belang om het toepasselijk tarief in de
personenbelasting te bepalen. Het gaat er de fiscus niet om het onroerend
inkomen een tweede keer te belasten - dat gebeurt al in het land waar het
onroerend goed is gelegen - maar wel om de fiscale
rechtvaardigheid te respecteren. Bovendien kan worden nagegaan of de
buitenlandse eigendom al dan niet gefinancierd werd met zwart geld en kan fiscale fraude worden opgespoord.
Tenslotte geeft het niet-aangeven van buitenlandse eigendommen een vertekend
beeld van de financiële draagkracht van de betrokkene waardoor in sommige
gevallen onterecht van bepaalde sociale
uitkeringen kan worden genoten.
[1] Dossier tweede
verblijven, knack 19 september 2007
|