|
Een vennootschap wordt gemiddeld
om de 15 jaar grondig gecontroleerd. 'Te weinig', zegt Kamerlid Dirk Van der Maelen (sp.a).
'Er zijn intussen meer bedrijven die helemaal geen aangifte indienen dan er
jaarlijks grondig gecontroleerd worden.' Een grondige controle om de vijf jaar
zou de norm moeten zijn. ‘Hoe beter bestaande belastingen worden geïnd, hoe
minder elders naar inkomsten moet worden gezocht.'
De kans op een grondige controle,
waarbij de boekhouding van de
laatste twee jaar wordt uitgeplozen, is de voorbije jaren licht gedaald. De
kans op zo'n controle bedroeg vorig jaar 6,64 procent, in 2005 was dat nog 6,99
procent. 'Concreet betekent dat gemiddeld een controle om de vijftien jaar en
dat is verre van genoeg', zegt Van der Maelen.
'Eigenlijk zou een vennootschap om de vijf jaar gecontroleerd moeten worden.'
De controles hebben immers wel
hun nut: in drie van de vier
gevallen wordt de aangifte gecorrigeerd en gaat er meer geld naar de fiscus.
Gemiddeld worden de inkomsten van
de vennootschap met 109.384 euro vermeerderd, waarvan ongeveer een derde naar
de staat gaat. 'Meer controles zou betekenen dat er daar meer personeel moet
worden ingezet. Maar het is nogal duidelijk dat die zichzelf terugverdienen',
zegt Van der Maelen.
De sp.a'er vermoedt bovendien dat het
geen toeval is dat de weinige controles die wél uitgevoerd worden wel degelijk
resultaat opleveren. 'De pakkans is zo klein, het risico op een grondige
controle zo beperkt, dat het niet vreemd is dat bedrijven te weinig aangeven en
hopen ermee weg te komen.' Als de pakkans groter wordt, verwacht Van der Maelen dat ook
de aangiftes correcter zullen worden: 'van een grotere pakkans gaat ook een
preventief effect uit'.
Hoe weinig bang de vennootschappen
zijn voor de fiscus, blijkt volgens Van
der Maelen al helemaal uit het aantal bedrijven dat helemaal geen
aangifte doet. In 2010 ging het om 39.049 vennootschappen, tegenover 411.169
bedrijven die wel een aangifte opstuurden. Niet-indieners krijgen een aanslag
van ambtswege en worden forfaitair belast. Dat is volgens de Minister van
Financiën de regel. Dirk Van der Maelen: ‘De bedragen
die worden gebruikt om de forfaitaire winst te bepalen moeten dringend worden
aangepast. Dat is al vele jaren niet gebeurd. Ze worden zelfs niet geïndexeerd.
Voor sommige vennootschappen is het dan ook voordeliger forfaitair belast te
worden dan een aangifte in te dienen.'
Tot slot wil Van der Maelen ook
betere controles. Zeker de controles die centraal geselecteerd worden op basis van gegevensdatabanken, zijn niet
efficiënt genoeg. De lokaal geselecteerde dossiers gaven aanleiding tot dubbel
zo hoge inkomstenverhogingen. 'De reden is simpel: er worden nog altijd te
weinig gegevens gecombineerd. In Nederland staat men daar al veel verder mee,
maar hier wil dat nog niet echt lukken.'
www.nieuwsblad.be
|