|
Dirk Van der Maelen wil geen nieuwe witte olifanten |
|
|
|
16/01/2008 |
|
Dirk Van der Maelen (sp.a) wil niet dat ons land grote infrastructuurwerken financiert in ontwikkelingslanden. "Dat is de taak van de Europese Unie en andere multilaterale instellingen", zegt hij. "Wij moeten ons bezighouden met zaken die nodig zijn voor de mensen."
De nieuwe regering en de nieuwe minister van ontwikkelingssamenwerking, Charles Michel (MR), zijn nog maar net geïnstalleerd en er ligt al een initiatief op tafel om de sectoriele concentratie uit te breiden en ook infrastructuurwerken toe te laten. François-Xavier De Donnea (MR) heeft, gesteund door minister Michel, een wetsvoorstel ingediend in die zin.
In 1997 keurde de Kamer de aanbevelingen van de opvolgingscommissie naar aanleiding van een reeks fout gelopen projecten in het Zuiden, gefinancierd met Belgisch ontwikkelingsgeld, goed. Vervolgens werd, onder druk van sp.a, beslist de ontwikkelingssamenwerking te concentreren tot een beperkt aantal landen en sectoren. De wet op de internationale samenwerking van 1999 bepaalt dat Belgische bilaterale samenwerking zich richt op de volgende sectoren: basisgezondheidszorg, onderwijs, landbouw, basisinfrastructuur en conflictpreventie. DGOS definieert basisinfrastructuur als infrastructuur ‘die de arme stedelijke en plattelandsgemeenschappen op termijn volledig zelf kunnen ontwikkelen en beheren.’ Grote miljardenprojecten horen daar volgens Van der Maelen niet in thuis.
Dirk Van der Maelen, voorzitter van de toenmalige opvolgingscommissie die onderzoek deed naar de zogenaamde ‘witte olifanten’ van onze ontwikkelingssamenwerking, wijst erop dat de conclusie van een ruime meerderheid in de Kamer luidde “dat ons land zich niet meer zou inlaten met grote infrastructuurwerken, om het risico op commerciële vervuiling van onze hulp door het bedrijfsleven voorgoed te sluiten. Grote infrastructuurwerken kunnen best door de multilaterale instellingen gefinancierd worden. Dit was en blijft het standpunt van sp.a."
|