|
Op vrijdag 16 september 2011 licht minister van
Buitenlandse Zaken Steven Vanackere (cd&v) in het Belgisch Parlement toe
hoe de regering zich tegenover de impasse van het vredesproces plaatst.
Palestijnen vragen volgende week hun lidmaatschap als staat binnen de Verenigde
Naties aan en voeren al meer dan een jaar campagne voor erkenning van hun
onafhankelijke staat. sp.a pleit
sinds het begin voor erkenning en lidmaatschap maar wacht al even lang op een
standpunt van de regering.
Erkenning of niet, lidmaatschap of niet, aan de
realiteit van alledag zal de Palestijnse VN-campagne niet meteen iets
veranderen. De controleposten zijn die dag bemand. De muren, wegversperringen
en nederzettingen blijven die dag staan. Vandaag, morgen en de dagen daarna.
Aanvankelijk leek lopende zaken een beslissing van de
regering onmogelijk te maken. De regering had geen democratisch mandaat voor
erkenning en haar beperkte bevoegdheden verhinderden haar om nieuwe impulsen te
geven aan de relaties met Israëli en Palestijnen. Intussen gaf een breed
gedragen Senaatsresolutie wel een duidelijk democratisch mandaat om Palestina
binnen de grenzen van voor 1967, internationaal erkende grenzen die basis
moeten vormen voor een vredesakkoord, te
erkennen. Maar begin september deed premier Leterme meer dan lopende zaken.
Leterme bezocht het Midden-Oosten om, wij
citeren, "voouitgang te boeken in economische akkoorden met Israël en de goede
banden aan te halen met dat land." Lopende zaken is dus geen alibi om niet tot
erkenning over te gaan. Wij betreuren dat dit alibi in de Kamer misbruikt werd
om keuze voor erkenning en lidmaatschap uit te stellen.
De regering stelde haar standpunt ook uit om tot een duidelijke
en éénduidige EU-positie te komen. Maar met het expliciete Duitse, Nederlandse,
Italiaanse njet tegen erkenning, ziet de Europese divergentie er onverzoenbaar
uit. Bovendien hebben al 8 EU-lidstaten Palestina in 1988 erkend en spraken
Spanje, Portugal, Ierland en Zweden hun steun uit voor erkenning. Ook sp.a verkiest dat Europa met één stem
spreekt en handelt, maar tegelijk mag de regering haar engagement voor vrede en
mensenrechten niet afzwakken. Bovendien zijn de argumenten pro-erkenning en lidmaatschap
ijzersterk.
De Palestijnse campagne is legitiem antwoord op een
gevaarlijk status-quo, dat het resultaat is van 18 jaar vruchteloze
onderhandelingen en een versneld bouwtempo van Israëlische nederzettingen dat
weldra 500.000 kolonisten huisvest en voorzieningen biedt op de Palestijnse
gebieden. Iedereen roept op tot dringende vooruitgang van de onderhandelingen,
maar weinigen doen het nodige om het evenwicht aan de onderhandelingstafel te
herstellen. De Palestine Papers, gelekte diplomatieke documenten, illustreerden
dat Israël meermaals ongeziene
toegevingen van Palestijnen afgewezen heeft. Dit status-quo blijft
radicale krachten aan beide kampen versterken. Na de Arabische Lente kan het
geweld ieder ogenblik terug escalleren. De VS liet al weten de Palestijnse
campagne te dwarsbomen. Zogezegd omdat alleen onderhandelingen de impasse
kunnen helpen doorbreken. Maar hoe kunnen onderhandelingen de impasse
doorbreken als juist die onderhandelingen tot de impasse geleid hebben? Het
status-quo is levensgevaarlijk en niet langer houdbaar. Het is aan de
EU-lidstaten om dat te doorbreken. EU minister voor Buitenlandse Zaken
Catherine Ashton bekijkt alle mogelijkheden om een gezamenlijk Europees
standpunt te bereiken. Na talloze vergaderingen binnen het Quartet (EU, VS,
Rusland en VN), plaatsbezoeken in het Midden-Oosten en overleg met
EU-lidstaten, bleef het voorlopig bij verklaringen. Hoog tijd dat België een
diplomatieke daad stelt die bijdraagt tot een evenwichtig en rechtvaardig
vredesproces.
Het belang van een internationale erkenning en steun
voor VN-lidmaatschap kan niet genoeg benadrukt worden. Leiden ze tot de
internationaal erkende en gewenste tweestatenoplossing, waarin een
onafhankelijk Israël en Palestina vreedzaam naast mekaar leven? Niet
automatisch. Maar het is wel een van de laatste kansen om de
tweestatenoplossing te redden. Als de federale regering tegen erkenning is, kan
ze evengoed haar plechige verklaringen voor het vredesproces en tegen de
nederzettingen in de prullenmand gooien. Een afgezwakte opwaardering van het
Palestijnse VN-statuut, van ‘waarnemer' tot ‘staat die geen lid is' blijft
onvoldoende. Na jarenlang status-quo is een impliciete erkenning van de
Palestijnse staat zonder verwijzing naar de grenzen van voor 1967, niet genoeg
om de aantrekkelijkheid van radicalimse te temperen. Niet het VN-statuut, wel
het radicalisme moet afgezwakt worden.
Palestijnen zijn geen kwestie, maar verdienen een
staat. Palestina is geen bezet gebied, maar een bezet land. De legitimiteit van
de VN-campagne is net zo groot als die van de Israëlische
onafhankelijkheidsverklaring in 1948. Het recht op soevereiniteit van de
Palestijnen net zo groot als dat van de Israëli. Erkenning en lidmaatschap
geeft een nieuwe boost
aan de positieve ontwikkelingen in Arabische wereld en maakt een nieuw momentum
mogelijk om echt te onderhandelen over duurzame vrede met Israel.
Daarom gaat sp.a
zoals haar sociaaldemocratische collega's in het Europese parlement voluit voor
erkenning en lidmaatschap. Daarom is sp.a
tevreden dat haar resoluties dit voorjaar breed gedragen werden in het Vlaams
Parlement en de Senaat. Daarom roept sp.a
de regering eindelijk te luisteren naar dat democratisch mandaat. Daarom moet
de regering doen zoals 122 andere staten en overgaan tot erkenning. Daarom moet
de regering de Palestijnen steunen wanneer zij volgende week hun plaats vragen
binnen de internationale familie van staten. Erkenning en lidmaatschap. Niet
meer, niet minder. Dat moet de boodschap zijn die België uitzendt naar het
Midden-Oosten.
Dirk Van der Maelen, sp.a-Kamerlid
Saïd El Khadraoui, sp.a-Europarlementslid
|