In
zijn opiniestuk ‘laat Afghanistan niet in de steek' dat gisteren in De
Standaard verscheen, verwondert Kamerlid Francken zich over het feit dat mijn
partij de operatie in Libië mee goedkeurde. Bovendien wordt het debat volgens
hem ondertussen ‘allemaal al heel kritisch en weinig constructief'. Net zoals
N-VA keurden we een militaire operatie in Libië mee goed aangezien er aan 3
cruciale voorwaarden was voldaan. Ten
eerste was er een legitieme vraag vanuit Libië. Ten tweede gaven de Arabische
Liga en de Afrikaanse Unie hun uitdrukkelijke steun hieraan en ten slotte was
er een mandaat van de VN Veiligheidsraad. Deze premissen in acht genomen was
een militair ingrijpen gerechtvaardigd om - zoals VN Resolutie 1973 het zelf
stelt - de burgerbevolking te beschermen tegen een directe aanval.
In het debat voorafgaand aan de goedkeuring
wees ik echter al op een aantal zeer belangrijke aandachtspunten. Het behoud
van de internationale steun, een zeer strikte interpretatie van de VN
resoluties, transparantie over ons optreden en een duidelijke en gedragen ‘end state' op
lange termijn zijn cruciaal voor het uiteindelijke welslagen van de operatie in
Libië. Ons fiat voor het opstarten van de operatie betekent niet dat we het
blijven voldoen aan deze ankerpunten niet verder zullen opvolgen. Ook wij geven
namelijk niet graag een blanco cheque zonder meer. Het lijkt ons in een
parlementaire democratie dan ook logisch dat we hierover met de ministers in
debat blijven gaan. In tegenstelling tot de heer Francken vind ik het wél een
goede zaak dat parlementsleden kritisch blijven ten aanzien van het gevoerde
beleid.
Collega Francken is ook
verontwaardigd over mijn vraag om de militaire operatie in Afghanistan af te
bouwen. Wie het debat over Afghanistan een beetje volgt weet dat dit idee me
niet plots te binnenviel bij het goedkeuren van de operatie in Libië. Ik ben er
al lang van overtuigd dat onze militaire aanwezigheid en de vele versnipperde
initiatieven een groot deel van het probleem zijn, eerder dan de oplossing. In
tegenstelling tot Francken ben ik er niet van overtuigd dat ‘onze militairen en
onze F16's broodnodig zijn om het Afghaanse regime te ondersteunen'. Integendeel.
Mijn partij pleit al enkel
jaren voor het -geleidelijk en overlegd - terugschroeven van onze militaire
inspanningen in Afghanistan. Talloze rapporten bevestigen een verslechterende
veiligheidstoestand, maar terecht wordt meestal ook de vraag gesteld in
hoeverre dit te wijten is aan het gegeven dat men ons veelal percipieert als ‘een
buitenlandse bezetter'. De vermenging tussen militair optreden en
heropbouwprojecten die ondertussen gegroeid is, vormt ook een belangrijke
aanleiding voor de verwarring bij de Afghaanse burgerbevolking. In heel wat
landen staat het militair engagement dan ook ter discussie. Ook wij moeten de
politieke moed durven tonen om toe te geven dat de globale militaire
interventie in Afghanistan mislukt is en uiteindelijk meer kwaad dan goed heeft
gedaan. Deze vraag
betekent niet dat ik, zoals Francken laat uitschijnen, Afghanistan aan zijn lot
wil overlaten. Meer dan voor een militaire ‘quick fix', ben ik voorstander van een
in VN kader bedongen brede politieke regeling. Tal van specialisten hebben al
doorgedacht op een dergelijke piste en (constructieve!) voorstellen uitgewerkt.
Bovendien is er een veel sterker mandaat nodig voor de VN voor wat betreft de heropbouw
van het land, zodat coördinatie gewaarborgd is en versnippering wordt vermeden.
Wij willen die heropbouw weldegelijk ondersteunen en burgerinfrastructuur is
hierbij inderdaad een cruciaal element. Maar ik ben er nog niet zo van overtuigd dat de
Afghanen in 2014 op eigen benen zullen kunnen staan, zoals collega Francken
beweert. Indien we de huidige strategie niet snel bijsturen, zou dit jaartal
wel eens in de annalen van de geschiedenis kunnen terecht komen als de derde
keer dat we de Afghaanse burgers aan hun lot overlaten.
De militaire interventie in Libië vormt naar mijn mening wel een
bijkomend argument om onze militaire inspanningen in Afghanistan terug te
schroeven. Voor mij kan het niet dat in een tijd van budgettaire krapte, onze
regering jarenlang geld blijft pompen in een zinloze militaire operatie in
Afghanistan. Daarnaast lijkt het me logisch dat onze militaire inspanningen in
Libië begroot worden binnen het huidige budget van defensie. Aftredend minister
De Crem schatte de kostprijs voor onze deelname
aan de operatie in Libië voor een periode van drie maanden op 12,14 miljoen
euro bruto en 10,75 miljoen euro netto. Een
jaar in Libië zou dus ongeveer 43 miljoen
euro kosten. Het voorstel van de regering om bijkomende middelen
voor deze operatie in te zetten kan ik moeilijk ondersteunen. Het verminderen
van onze militaire inspanningen in Afghanistan laat toe het nodige budget te
voorzien voor onze tussenkomst in Libië. De bijkomende middelen die we daar nu
moeten voorzien kunnen dan ergens anders aangewend worden. Als dat geen
constructief voorstel is?
Dirk Van der Maelen
Kamerlid sp.a
|