De grootste 500 ondernemingen in ons land betaalden vorig
jaar 26,5 procent van de vennootschapsbelasting. Dat blijkt uit een antwoord
van minister van Financiën Didier Reynders (MR) op een vraag van Kamerlid Dirk
Van der Maelen (sp.a). Gezien er in ons land ongeveer 450.000 bedrijven zijn,
betekent dat 0,1 procent van de bedrijven instaat voor een vierde van de
vennootschapsbelasting. Wat het gemiddelde belastingtarief is van de grootste
ondernemingen wilde Reynders niet kwijt.
Reynders besluit uit die cijfers dat 'de grote ondernemingen
wel degelijk een heel pak van de vennootschapsbelasting voor hun rekening
nemen'. Van der Maelen had aan Reynders gevraagd naar het gemiddelde
belastingtarief van de belangrijkste 100 ondernemingen in ons land. Volgens de
sp.a'er betalen de grote bedrijven in België immers een veel lager tarief dan
de talrijke kleine en middelgrote ondernemingen.
Uit de cijfers die Reynders bezorgde kan echter niet worden
afgeleid wat het gemiddeld belastingtarief van de top 500 bedraagt. Het
nominale tarief in ons land is 33,99 procent, maar dankzij de notionele
intrestaftrek ligt dat voor veel grote bedrijven veel lager.
laagconjunctuur
Uit de cijfers kan wel worden afgeleid dat de bedrijven in
2002 en 2003 minder belastingen betaalden dan in 2001. Volgens Reynders heeft
dat te maken met de 'economische laagconjunctuur' in die periode. In
aanslagjaar 2004 betaalden de ondernemingen fors meer belastingen - een
stijging met bijna 400 miljoen euro - tegenover het jaar daarvoor. De
MR-vicepremier schrijft dat toe aan de tariefverlaging (van 40 naar 33,99 %) in
combinatie met de economische heropleving.
De invoering van de notionele intrestaftrek, het
belastingvoordeel voor bedrijven met veel eigen vermogen, drukt vanaf het
aanslagjaar 2007 de groei van de vennootschapsbelasting betaald door grote
ondernemingen.
De impact van de actuele economische crisis zal pas tot
uiting komen in de cijfers van de aanslagjaren 2009 en de volgende.