|
Hebben de vroegere Kredietbank en KB Lux hun cliënten geholpen belastingen
te ontduiken? Daarover is nooit een proces gevoerd. Er is nooit over gepleit in
de rechtszaal. Het hele dossier struikelde over procedurekwesties. Maar een
intern document van de Bijzondere Belastinginspectie dat nu is
opgedoken, bewijst dat er voer was voor een proces.
Na meer dan 14 jaar onderzoek trok het Brusselse hof van beroep
vorige maand een streep onder het beruchte fraudedossier tegen ex-toplui van de
vroegere Kredietbank (nu KBC) en haar Luxemburgse zuster KB Lux. De speurders
en onderzoeksmagistraten hebben volgens het hof zodanig geknoeid met het
bewijsmateriaal dat de verdachten nog onmogelijk een eerlijk proces kunnen
krijgen. Over de grond van de zaak - mechanismen waardoor rijke cliënten van de
bank zo'n 400 miljoen euro konden onttrekken aan het oog van de Belgische
fiscus - is nog nooit in openbare zitting gepleit in de rechtszaal.
Alleen als het Hof van Cassatie het arrest nu vernietigt, is
er nog een waterkans dat de grond van de zaak alsnog voor een ander hof van
beroep aan bod komt. Dat is alvast de vurige wens van sp.a-Kamerlid Dirk Van der
Maelen. Hij kon een intern document van de Bijzondere Belastinginspectie
bemachtigen dat de blootgelegde fraudeconstructies in de zaak-KB/KB Lux
omschrijft.
authentiek
De woordvoerder van de federale overheidsdienst Financiën,
Francis Adyns, heeft nu aan De Tijd de authenticiteit van het document
bevestigd. 'Maar dit document mocht nooit publiek worden gemaakt', benadrukt
hij.
Volgens Kamerlid Van der Maelen bewijst het document zwart
op wit dat de ontwijkingsmechanismen bij de twee banken al bewezen waren in
2001, de datum van het interne document. 'Het toont aan dat België voor aap
staat als het deze constructies ongestraft laat', besluit de Vlaamse socialist.
Het document is een 'instructie' aan alle betrokken
belastingadministraties. Het overloopt enkele markante getuigenissen uit het
fraudedossier. Die getuigenissen bevestigen volgens het document 'het
mechanisme van belastingontduiking waarbij KBC (ex-Kredietbank en KBC Bank)
onder de dekmantel van offshores aan sommige belangrijke klanten (met een
vermogen van minstens 50 miljoen oude Belgische frank) heeft toegelaten
roerende inkomsten zonder voorafname van roerende voorheffing te genieten.
(...) De bank liet de klanten die schuilgingen achter de offshorestructuren en
-trusts loketverrichtingen doen op de KB-rekeningen op naam van de offshores,
zonder dat ze daartoe officieel gemandateerd waren.'
Wat Van der Maelen vooral tegen de borst stoot, zijn de
flagrante bekentenissen die topbankiers blijkbaar al jaren geleden hebben
afgelegd over de ontwijkingsmechanismen. In het document staat te lezen dat
onder anderen de voormalige directeur van de afdeling fiscale zaken van de bank
in een proces-verbaal van 1998 al bevestigde dat de mensen die zich aan het
loket aanboden inderdaad niet de officiële rekeninghouders waren. Zij hadden
een zogenaamd 'stilzwijgend mandaat' en stonden bekend bij het bankpersoneel.
Dezelfde directeur heeft in 1998 blijkbaar ook voorspeld dat
de verantwoordingsstukken voor de dubieuze deponeringen van de klanten nooit
zouden worden teruggevonden door de fiscus of het gerecht. Omdat de documenten
rond oktober 1996 (zo'n twee jaar na de start van het gerechtelijk onderzoek)
zijn ingezameld en gearchiveerd 'op vraag van de directie van de bank', staat
te lezen.
Ook omdat dezelfde directeur fiscale zaken in oktober 1999
heeft toegegeven dat hijzelf de documenten over de trusts die wezen op de
tussenkomst van medewerkers van de bank, uit de klantendossiers heeft
vernietigd. 'En dit in een geest van collegialiteit.'
ontsporingen
Ook een brief uit 1999 van de bankentoezichthouder
bestempelt het beleid van de bank als strijdig met een voorzichtig en gezond
bankbeleid. 'Het zette de deur open voor misbruiken en ontsporingen.' De
toezichthouder concludeerde ook dat de bank de witwaswet van 1993 'te
restrictief had geïnterpreteerd', zeker wat betreft de identificatie van de
cliënten. En dat verdiende een terechtwijzing.
Het document toont in ieder geval aan hoe de fiscus in dit
dossier een helse race tegen de klok voerde. Want in juni 2001 kregen alle
belastingdiensten onderzoeksopdrachten die nog voor het einde van dat jaar
klaar moesten zijn. Anders waren de feiten verjaard.
Het document bevestigt ook nog dat de bank allesbehalve
happig was om de fiscus inzage te geven in haar bankrekeningen. 'Door de bank
werd ostentatief geweigerd om de meeste van de gevraagde inlichtingen te
verstrekken. (...) Waarschijnlijk om te beletten dat we sporen vinden van de
ontwijkingsmechanismen.'
De Tijd
|