|
Zakenkrant
De Tijd titelde dinsdag ‘België aan top EU voor taksen op vermogen'. Tegelijk
hekelt de krant de partijen zoals sp.a die op inkomsten uit vermogen een eerlijke fiscale
bijdrage willen heffen om het gat in de begroting te helpen dichten. Ook Geert
Noels, voormalig vermogensbeheerder bij Petercam, liet eerder al in die zin van
zich horen als ‘onafhankelijk en onbevooroordeeld' waarnemer. De redenering luidt:
als we al aan de top staan qua vermogensfiscaliteit dan is het geen goed idee
om deze nog te verhogen.
Onzinnige indicator
Om aan te tonen dat België in
Europa aan de top staat verwijst men naar de totale opbrengst van alle
vermogens- en vermogensinkomstenbelastingen als percentage van het BBP.
Luxemburg, wereldwijd bekend als belastingparadijs, staat in dit lijstje net
onder België op de 5de plaats. Luxemburg aan de top voor taksen op
vermogen? Geen zinnig mens die dat gelooft. De consumptiebelastingen op tabak
en alcohol zijn in ons land goed voor 0,7 procent van het BBP. Wat moeten we
daar dan uit afleiden? Vooral dat het BBP weinig uitstaans heeft met het aantal
sigaretten en liters sterke drank de Belgen jaarlijks consumeren, net zomin het
iets zegt over het vermogen van de Belgen. Laat het duidelijk zijn: de
verhouding van de belastinginkomsten tot het BBP is een bijzonder misleidende benadering
voor de werkelijke fiscale druk. Weten de economisten bij De Tijd dat dan niet?
Natuurlijk wel. Maar met het oog op de naderende begrotingsonderhandelingen
wordt alles uit de kast gehaald om de perceptie te creëren dat vermogen en
vermogensinkomsten al een (te) grote fiscale bijdrage leveren en dat zij
bijgevolg ontzien moeten worden in het kader van de begrotingssanering.
Mist spuien
Deze strategie wordt al langer
toegepast voor de vennootschappen. Door systematisch te wijzen op het relatief
hoge nominaal tarief van de vennootschapsbelasting wil men de indruk wekken dat
vennootschappen een (te) zware fiscale druk torsen. Om die perceptie nog te
verstevigen doet men er tegenwoordig een schep bovenop. Vorige maand kopte De
Tijd ‘Belgisch bedrijf geeft 57 procent winst af'. Om aan zo'n hoog mogelijk
tarief te geraken telt men bij de te betalen vennootschapsbelasting onder
andere ook alle sociale zekerheidsbijdragen, het indirect loon van de
werknemers dus. Het kan niet op. In werkelijkheid betaalden de niet-financiële
ondernemingen in 13,6 procent. Dat blijkt uit cijfers van de FOD Financiën.
Vele grote ondernemingen gaan daar nog ver onder. Zo betalen 50 van de grootste
multinationals in ons land slechts 0,57 procent vennootschapsbelasting te
betalen (DM, woensdag 8/12/2010). Bovendien bedroeg de opbrengst van de
vennootschapsbelasting als percentage van het BBP in 2007 3,6 procent, wat
lager is dan het Europees gewogen gemiddelde. Ik heb alvast geen artikel in De
Tijd gelezen ‘België onder EU gemiddelde vennootschapsbelasting', met de commentaar
dat dit verbaast omdat België doorgaans omschreven wordt als een land waar
vennootschappen zwaar belast worden.
Zeer voordelige fiscaliteit op vermogensinkomsten
In tegenstelling tot de perceptie die
men ingang wil doen vinden, heeft België één van de
meest liberale fiscale systemen als het op vermogensinkomsten aankomt. De
bevrijdende roerende voorheffing bedraagt 15 procent of 25 procent en sommige vermogensinkomsten zoals meerwaarden op aandelen
worden helemaal vrijgesteld. Volgens PricewaterhouseCoopers
worden vermogensinkomsten in België fiscaal heel wat voordeliger behandeld dan in
onze buurlanden (zie ‘België? Een
belastingparadijs!' in Cash van 13/04/2006). PWC
vergeleek de fiscaliteit van een belegging van 5 miljoen euro waarvan de helft
belegd is in aandelen en de andere helft in obligaties. In België is dat 15
procent, in Nederland 26 procent, in Duitsland en het VK 30 procent, en in
Frankrijk zelfs 37 procent. Topfiscalist Axel Haelterman - niet te verdenken
van enige linkse sympathie - bevestigt die analyse in het weekblad Trends:
"België is op dat vlak zowat een belastingparadijs" (‘Haal de centen waar
ze zitten' in Trends van 24/09/2009). Ook de studie van de Nationale Bank,
waaruit De Tijd verkeerdelijk concludeert dat België aan de EU-top staat voor
taksen op vermogen, beaamt dit: "Het valt evenwel op dat het jaarlijkse inkomen
uit vermogen in België doorgaans matig wordt belast." En het zijn de 10 procent hoogste
inkomens die de vruchten van deze zeer voordelige fiscaliteit op zak steken. Zij
zijn immers goed voor 53 procent van het financieel vermogen en zelfs 62
procent van het financieel vermogen met marktwaarde. Bovendien groeit het
netto-financieel vermogen op lange termijn sneller dan het BBP terwijl het aandeel van de lonen, die een veel hogere fiscale bijdrage leveren,
in het BBP de voorbije 20 jaar stelselmatig terugliep.
‘Not in my pocket' -syndroom
Diegenen die beroepshalve lippendienst
bewijzen aan de grote vermogens en de grote ondernemingen halen nu alles uit de
kast om de perceptie te creëren dat vermogens al een (te) grote fiscale
bijdrage leveren en dat zij bijgevolg ontzien moeten worden in het kader van de
begrotingssanering, net als de (grote) ondernemingen overigens. Tegelijk
dringen zij met de regelmaat van de klok aan op drastische besparingen die
vooral Jan en Mie Modaal moeten treffen.
Het
Nimpo-syndroom (‘Not in my pocket') slaat toe: blijf van de vermogensinkomsten
en van de bedrijfswinsten en zoek het geld bij de anderen. Enig weerwerk
is hier op zijn plaats en daar wil ik graag de aanzet toe geven. Voor mij
blijft een fundamentele hervorming van de vermogensinkomstensfiscaliteit één
van de prioriteiten. De zeer ongelijk verdeelde vermogensinkomsten hebben de
voorbije decennia genoten van een veel te gunstig fiscaal regime waardoor
arbeidsinkomsten quasi volledig voor de financiering van ons sociaal
welvaartsmodel hebben gezorgd. Het is dan ook hoog tijd om te evolueren naar
wat gangbaar is in de rest van Europa en van de vermogensinkomsten een eerlijke
fiscale bijdrage te vragen.
Dirk Van der Maelen
|