|
De notionele intrestaftrek is een cadeau voor grote ondernemingen en schept nauwelijks nieuwe jobs. Uit een studie van de fiscale administratie, die De Tijd kon inkijken, blijkt dat 37% van de notionele intrestaftrek naar 25 bedrijven ging. De banksector en de coördinatiecentra nemen de helft van de notionele intrestaftrek voor hun rekening. De maatregel kost ook 700 miljoen euro meer dan voorzien. Dirk Van der Maelen (sp.a): "Mocht je de notionele intrestaftrek beperken tot bedrijven die echt investeren en jobs creëren, dan hield je een pak geld over om de koopkracht van de mensen te verhogen."
Cadeau voor grote bedrijven
In 2006 maakten 157.000 bedrijven voor meer dan 6 miljard euro gebruik van de maatregel. 37% van de notionele intrestaftrek ging naar slechts 25 ondernemingen. De banksector en de coördinatiecentra nemen de helft van de notionele intrestaftrek voor hun rekening. De andere helft van de aftrek gaat naar KMO's, terwijl 90% van de ondernemingen in België KMO's zijn. "Het fabeltje dat de notionele intrest goed zou zijn voor alle bedrijven is hiermee duidelijk ontkracht. Het is een cadeau voor een beperkt aantal grote ondernemingen." zegt Dirk Van der Maelen.
Nauwelijks nieuwe jobs
Uit het rapport dat de Nationale Bank vorige maand publiceerde, blijkt dat het effect op investeringen en jobcreatie zeer beperkt is gebleven. Het voorbeeld van de banksector maakt dit duidelijk: de sector genoot een notionele intrestaftrek aftrek van 1,2 miljard euro, de nettowinst van de vier Belgische grootbanken bedroeg ondanks de kredietcrisis 10,7 miljard euro in 2007, en ... de sector stelt steeds minder mensen tewerk. Het personeelsbestand in de banksector blijft immers jaar na jaar dalen. Eind 2006, het laatste jaar waarvoor cijfers beschikbaar zijn, konden iets meer dan 67.000 mensen zich in België bankier noemen. Dat is 12% minder dan in 2000.
Ontsporing kostprijs
Volgens de studie van de fiscale administratie bedraagt de netto kostprijs voor 2006 meer dan 700 miljoen euro. Bij de invoering van de maatregel was afgesproken dat die budgettair neutraal zou zijn. Na de Nationale Bank waarschuwt nu ook de studiedienst Financiën dat de kostprijs van de maatregel dreigt te ontsporen. Dit zal desastreuze gevolgen hebben voor de begroting.
* Ten eerste is er de stijging van het tarief van de aftrek. In 2006 bedroeg die 3,442%, voor 2008 is dit 4,307%. De kost voor 2008 ligt daardoor alleen al een kwart hoger dan in 2006.
* Ten tweede is er de verslechterende economische toestand. In 2006 steeg het fiscale resultaat van de ondernemingen met 20%, de belastingen die ze betaalden stegen met 5%. De winsten, en dus ook de belastinginkomsten, voor 2008 zullen als gevolg van de economische situatie een pak lager liggen.
* Ten derde was 2006 het opstartjaar en hebben vele ondernemingen gewacht om van de maatregel gebruik te maken. Uit de studie van Financiën blijkt dat minder dan de helft van de ondernemingen in 2006 de notionele intrestaftrek toepasten. Slechts 40 van de 143 coördinatiecentra maakten in 2006 de overstap. Ondertussen maken ongetwijfeld heel wat meer ondernemingen en coördinatiecentra gebruik van de NIA.
* Verder hebben veel ondernemingen een stock aan ongebruikte NIA opgebouwd, die stock was er niet in 2006. Dat betekent dat sommige ondernemingen bovenop de notionele intrest van 2008 ook nog eens de in 2006 en 2007 niet of onvolledig gebruikte NIA zullen kunnen aftrekken.
Begroting
Dalende bedrijfswinsten en een stijgende (notionele) rente zullen een desastreuze impact hebben op de begroting. Maar nog liever dan in te grijpen, laat de regering de notionele intrestaftrek ongemoeid. Uit de meerjarenbegroting blijkt bovendien dat fiscale druk in elk van de volgende jaren toeneemt, uiteraard niet voor de bedrijven maar wel voor de mensen.
Van der Maelen verwacht van de regering dat ze tijdens de begrotingsbesprekingen maatregelen neemt om de kost van de notionele intrestaftrek in te perken. Die middelen kunnen vervolgens gebruikt worden om noodzakelijke koopkrachtverhogende maatregelen te nemen.
Van der Maelen: "De regering zegt geen geld te hebben om de koopkracht van de mensen te ondersteunen. Ze geeft er de voorkeur aan bedrijven die geen extra jobs creëren miljoenen toe te schuiven. Mocht je de notionele intrestaftrek beperken tot bedrijven die echt investeren en jobs creëren, dan hield je een pak geld over om uitkeringen en pensioenen te verhogen."
|