|
De meerderheidspartijen hebben een akkoord bereikt
over het bankgeheim en de minnelijke schikking. Het bankgeheim wordt in een
nieuw jasje gestoken maar blijft even moeilijk op te heffen, en grote fraudeurs
krijgen vanaf nu zelfs de kans om hun proces af te kopen. "Fraudeurs en hun
entourage van raadgevers en dure advocaten kunnen de champagne ontkurken" zegt sp.a-Kamerlid
Dirk Van der Maelen, " maar voor de eerlijke belastingbetaler is het een
trieste dag."
Dirk Van der Maelen betreurt de
gemiste kans om het bankgeheim echt op te heffen en de fiscus meer slagkracht
te geven om zo grote fraudeurs af te schrikken. "Een efficiënte fiscus
zorgt voor minder fraude. En hoe minder fraude, hoe minder die eerlijke
belastingbetaler opdraait voor de bijdragen die fraudeurs ontduiken." Met het
vernieuwde bankgeheim blijft het in ons land veel moeilijker bankinlichtingen
op te vragen dan in Nederland, Duitsland en Frankrijk.
Dat tegelijk een regeling wordt
ingevoerd waardoor grote fraudeurs die tegen de lamp zijn gelopen hun proces
kunnen afkopen, stuit de sp.a'er helemaal tegen de borst. "Niet alleen
kunnen grote fraudeurs op beide oren blijven slapen, als ze toch gepakt worden
kunnen ze hun proces afkopen. De regering van lopende zaken heeft een
klassejustitie ingevoerd."
Gemiste kans
De parlementaire discussie over
het fiscaal bankgeheim sleepte bijna drie jaar aan. De eerste debatten
werden gevoerd in de parlementaire onderzoekscommissie ‘fiscale fraude'.
Wetsvoorstellen werden ingediend, aanvullende hoorzittingen georganiseerd en de
bespreking van de voorstellen aangevat. Het eindspel was ingezet.
"De wetsvoorstellen van de
sociaaldemocratische, de christendemocratische en de groene families lagen erg
dicht bij elkaar. Over de kern van de zaak was iedereen het eens: aanwijzingen
van fraude zijn niet nodig voor de opheffing van het bankgeheim. Dat was ook de
aanbeveling van de onderzoekscommissie en is de regeling in het gros van de
Europese landen. Een compromis lag voor de hand en een alternatieve meerderheid
was in de maak. En die zou de slagkracht van de fiscus vergroten met respect
voor de privacy."
Toch werd er gekozen om met de
liberalen - die het bankgeheim eigenlijk nog wilden verstrengen - in zee te
gaan. Het gevolg is dat de kern van het bankgeheim behouden blijft, dat
aanwijzingen van fraude zijn noodzakelijk om de opheffing te kunnen vragen. De
liberalen wilden ook dat elke aanvraag door een comité zou moeten worden
goedgekeurd en verzetten zich tegen een centraal register van alle bankrekeningen,
wat volgens sommige het begin is van een vermogenskadaster. Het comité komt er
niet en het centraal register wel. Een verbetering in vergelijking met de
huidige situatie? Ja, maar ruim onvoldoende. De cruciale eerste drempel -
aanwijzingen van fraude - blijft bestaan.
"Het bankgeheim opheffen is zoals
een schip door drie opeenvolgende sluizen loodsen. De regering heeft nu beslist
sluizen twee en drie wat verder open te zetten, maar de eerste sluis blijft
even moeilijk te openen als voorheen. Het fiscaal bankgeheim werd in het kader
van de inkomstenbelastingen slechts 28 keer opgeheven in 5 jaar tijd. Ik
verwacht voor de komende jaren niet veel beterschap."
Minnelijke schikking
uitgebreid
In de toekomst zullen grote
fraudeurs en witwassers hun proces kunnen afkopen zolang de vonnissen en
arresten niet definitief zijn. Zelfs als een rechtbank en het hof van beroep de
fraudeur al heeft veroordeeld tot celstraffen, kan hij zijn straf nog afkopen.
Dirk Van der Maelen: "De regering van lopende zaken heeft een klassejustitie ingevoerd. Wie veel geld heeft kan celstraffen afkopen. Dit botst geen klein beetje met mijn rechtvaardigheidsgevoel. In grote fraudezaken komt het vaak tot verjaring. Dat is een probleem. Maar dat probleem moeten worden opgelost met fundamentele hervormingen zoals de invoering van het una via-systeem, niet door grote fraudeurs de mogelijkheid te geven hun straf af te kopen."
|