|
Hoe pak je zwartgeld aan? Met een vlaktaks van 15 procent. Dat beweert alvast
Eric Pompen in Knack van 15 december. Volgens Pompen is de vlaktaks niet alleen
goed om het fraudeprobleem op te lossen, het is een mirakeloplossing die ons
recht naar het beloofde land leidt. Onderzoek spreekt die bewering tegen.
Het opiniestuk van Pompen is een
herwerking van de opiniebijdrage die hij samen met Werner Nimmegeers in De
Standaard van 28 augustus 2008 publiceerde. Volgens Pompen en Nimmegeers is de
vlaktaks niet alleen goed om het fraudeprobleem op te lossen, het is een
mirakeloplossing die ons recht naar het beloofde land leidt. Voor een algemene
kritische beschouwing van hun voorstel verwijs ik graag naar ‘Onzin blijft
onzin' van De Coster en De Swerdt. Zij vatten het treffend samen als "één
poespas van oppervlakkige feiten zonder oorzakelijk verband, snel
nattevingerwerk, gebrekkige kennis van de onderliggende wetenschappelijke methodes
in geciteerde studies, en ongefundeerde veronderstellingen die leiden tot loze
beweringen."[1]
In deze bijdrage wil ik dieper in
gaan op één specifieke element in het voorstel van Pompen en Nimmegeers,
namelijk de bewering dat de invoering van een vlaktaks van 15% het fraudeprobleem
zowat halveert. Dit is waarschijnlijk de minst gecontesteerde bewering in het
voorstel omdat ze vertrekt van wat we een conventionele wijsheid kunnen noemen.
Het wordt immers als vanzelfsprekend beschouwd dat hoe hoger de belastingdruk
is, hoe meer wordt gefraudeerd. Daaruit volgt dan al even vanzelfsprekend dat
een verlaging van de belastingen het fraudeniveau terugdringt. De invoering van
een vlaktaks houdt niet alleen een drastische tariefverlaging in, ook alle
fiscale aftrekken worden afgeschaft. Het resultaat is een eenvoudiger systeem
wat opnieuw een fraudeverlagend effect teweeg brengt. Maar wat als
vanzelfsprekend wordt beschouwd is niet altijd waar. Dat toonde onder andere professor
De Grauwe recent aan met zijn studie die een andere vanzelfsprekendheid,
namelijk die van het trendmatige verlies aan competitiviteit van ons land,
ondermijnt[2].
Hoe hoger de belastingdruk, hoe meer fraude?
De redenering gaat als volgt: hoe
hoger de belastingdruk, hoe meer je kan verdienen door inkomsten niet aan te
geven en hoe groter de stimulans is om te frauderen of activiteiten te
ontwikkelen in de zwarte of ondergrondse economie. Onderzoekers van de ULB stellen
evenwel vast de landen met de grootste fiscale druk niet noodzakelijk de landen
zijn waar de ondergrondse economie het grootst is. "Zo hanteren de zuiderse
landen bijvoorbeeld een lager gemiddeld belastingtarief dan België, Frankrijk
en Nederland, terwijl dit laatste volgens de ramingen een kleinere ondergrondse
economie heeft. Frankrijk en Griekenland zijn wat ons betreft de opvallendste
gevallen. Ondanks zijn laag gemiddeld belastingtarief (tussen 25 en 30% van het
BBP) heeft Griekenland immers een aanzienlijke ondergrondse economie (meer dan
20%) en dit ongeacht de toegepaste methode, terwijl Frankrijk met een zeer hoog
belastingtarief (meer dan 40%) een zeer kleine ondergrondse economie heeft (+/‑ 10%
afhankelijk van de methode)."[3]
Er is al heel wat empirisch
onderzoek gedaan naar het verband tussen de belastingdruk en het fraudeniveau of
de zwarte economie. Er zijn studies die de conventionele wijsheid dat hogere
belastingen aanleiding geven tot meer fraude bevestigen, terwijl uit andere
studies dan weer het omgekeerde blijkt. Op basis van macro-economische gegevens
concludeert Eric Friedman dat hoge marginale belastingtarieven samenhangen met een
kleinere zwarte economie. "Higher
tax rates are generally correlated with a lower share of the unofficial
economy. This is true if we use tax rates directly or if we use an index
representing the effective tax burden." [4] Ook de berekeningen van Jonathan
Feinstein op basis van de gegevens uit het ‘Taxpayer Compliance Measurement
Program' van de Amerikaanse fiscus wijzen op een significant negatief verband
tussen het marginale belastingtarief en fiscale fraude[5].
En een recente studie van de Europese Commissie waarin voor de verschillende
lidstaten wordt berekend hoeveel potentiële btw-inkomsten verloren gaan door
fraude en ontwijking - de zogenaamde VAT gap - concludeert "there is no
reliable statistical evidence of any relationship between the VAT burden and
the VAT gap."[6]
We kunnen alleen maar vaststellen
dat het verband tussen belastingdruk en fraude of de zwarte economie ambigu is.
De vanzelfsprekendheid dat een hoog fraudeniveau te wijten is aan hoge
belastingen blijkt dus niet te kloppen.
Fraude terugdringen door belastingen te verlagen?
Gezien het voorgaande houden
beleidsdaden ingegeven door de conventionele wijsheid dat belastingverlagingen
het fraudeniveau terugdringen een risico in. Dat heeft de regering, weliswaar
op kleine schaal, aan den lijve mogen ondervinden. Ondanks de verlaging van het
BTW-tarief in de horeca van 21 naar 12 procent is het zwartwerk in de horeca
niet afgenomen. De sociale inspectie stelde er zelfs meer inbreuken vast: van 73,5 naar 75,1 procent van de
gecontroleerde horecazaken[7].
Nochtans was het terugdringen van het zwartwerk een van de voornaamste reden om
het BTW-tarief te verlagen en had de sector zich daartoe zelfs geëngageerd. Tegen
de verwachting van velen in had de btw-verlaging dus geen vermindering van de
fraude tot gevolg. Toch is dit helemaal niet zo verwonderlijk. Zo stelt
professor Schneider, nochtans een ‘believer' wat betreft het positief verband
tussen de belastingdruk en de omvang van de zwarte economie: "even major
tax reforms with major tax rate deductions may not lead to a substantial
decrease of the shadow economy. (...)This
fact makes it even more difficult for politicians to carry out major reforms
because they may not gain a lot from them."[8]
Ook een tariefverlaging
gecombineerd met een belangrijke vereenvoudiging van de wetgeving blijkt het
fraudeniveau niet sowieso te verlagen. In 1986 voerde Ronald Reagan een
historische belastinghervorming door met de Tax Reform Act. Hij verlaagde het
hoogste marginaal tarief van 50% naar 28% en vereenvoudigde de wetgeving door
het mes te zetten in honderden fiscale aftrekken. Richard Cebula onderzocht de
impact op lange termijn van de Tax Reform Act op de mate waarin de
belastingwetgeving wordt nageleefd. Hij concludeert: "a more in-depth analysis reveals that the Tax Reform
Act actually exercised a statistically zero net impact on the aggregate degree
of personal income tax compliance over the longer run." [9] Een tweede voorbeeld is de Russische vlaktaks
die werd ingevoerd in 2001 en voor vele vlaktaksadepten zoals Pompen geldt als
hét bewijs dat de invoering van een vlaktaks ons recht naar het beloofde land
zal leiden. De progressieve tariefstructuur
met 30% als hoogste tarief werd er vervangen door een vlaktaks van 13%. Na
de hervorming bleek de belastingwetgeving beter nageleefd te worden dan
voorheen en namen de belastinginkomsten toe, maar onderzoekers van het IMF
vonden geen bewijs dat dit het gevolg van was van de invoering van de vlaktaks[10].
In dezelfde periode werd immers de zeer zwakke belastingadministratie
significant versterkt en communiceerde president Poetin de intentie om fraude streng
aan te pakken. De belangrijkste les die
uit de analyse van de Russische vlaktaks kan worden getrokken is volgens de
onderzoekers van het IMF: "whatever the reason for the PIT revenue boom, it lies in
something other than behavioral responses to the PIT reform itself". [11]
Conclusie
Verschillende studies wijzen uit
dat de vanzelfsprekendheid dat een hoog fraudeniveau te wijten is aan hoge
belastingen niet blijkt te kloppen, evenmin als de vanzelfsprekendheid dat je
fraude kan terugdringen door belastingen te verlagen. Toch blijft deze
conventionele wijsheid, waarop de Pompens en Nimmegeersen van deze wereld zich
baseren om te pleiten voor onrechtvaardige en ondoeltreffende
belastinghervormingen, stand houden. Anderen verschuilen er zich dan weer achter
om noodzakelijke hervormingen op vlak van fraudebestrijding af te houden en een
belastingverlaging als enige valabele oplossing voor het fraudeprobleem naar
voor te schuiven.
Dirk Van der Maelen
[1] De
Coster en De Swerdt (2008), ‘Onzin blijft onzin, of waarom de vlaktaks van
Nimmegeers en Pompen noch rechtvaardig noch doeltreffend is', Centrum voor
Economische Studiën,
https://lirias.kuleuven.be/bitstream/123456789/203652/1/Onzin+blijft+onzin+-+Decoster+en+De+Swerdt.pdf
[2] Paul De Grauwe (2010), ‘De competitiviteit van
België: een lange termijn analyse', Leuvense Economische Standpunten 2010/132
[3] Hafsatou Diallo et al. (2010), ‘Raming van de
belastingfraude in België', Working Paper N°10-07.RR,
[4] Eric Friedman et
al. (2000), ‘Dodging the Grabbing Hand: The Determinants of Unofficial Activity
in 69 Countries', Journal of Public Economics, Volume 76 (3)
[5] Jonathan Feinstein (1991),
‘An econometric analysis of income tax evasion and its detection', Rand
Economic Journal, volume 22(1)
[6] Europese Commissie
(2009), ‘Study to quantify and analyse the VAT gap in the EU-25 member states',
DG Taxation and Customs Union Report
[7] VRT nieuws - 21 oktober 2010
[8] Schneider
F. (2006), ‘Shadow Economy and Corruption All Over the World: What do we really
know?', IZA Discussion Paper n° 2315
[9] Richard Cebula
et al. (2009), ‘The Tax Reform Act of 1986: An Assessment in Terms of Tax
Compliance Behavior', Economia
Internazionale / International Economics, 2009, vol. 62 (2)
[10] Michael Keen
et al. (2006), ‘The
Flat Tax(es): Principles and Evidence', IMF working paper WP/06/218
[11] Ivanova et al.
(2005), ‘The Russian flat tax reform', IMF working Paper WP/05/16
|