|
Vandaag
is het ‘Tax Freedom Day' of fiscale bevrijdingsdag. De boodschap die
PricewaterhouseCoopers uitstuurt is duidelijk. Alles wat we vanaf vandaag
verdienen is voor onze eigen portemonnee. Wat we tot gisteren hebben verdiend
werd in beslag genomen. Het spreekt dan ook vanzelf dat hoe vroeger de fiscale
bevrijdingsdag valt hoe beter. Het concept impliceert dat de overheid, door
zowat de helft van ons inkomen uit onze zakken te slaan, een fenomenale
verarming van haar bevolking veroorzaakt en dat onze fiscale en sociale
bijdragen verdwijnen in een groot zwart gat. Dat is natuurlijk niet zo.
Ze gaan naar pensioenen,
gezondheidszorg, onderwijs, kinderbijslag, politie, justitie, brandweer,
openbaar vervoer, bibliotheken, parken, zwembaden, autowegen en fietspaden, om
maar enkele zaken te noemen. In tegenstelling tot waar PwC op aanstuurt, dragen
die gemeenschapsvoorzieningen en sociale verzekering wel bij aan onze
levenskwaliteit en onze echte koopkracht. Een voorbeeld, indien we de
werkelijke kost zouden moeten betalen dan zou ons dat per kind dat het traject
van kleuterklas tot universiteit doorloopt 100.000 euro meer kosten. Voor een
ziekenhuisverblijf betaalt een patiënt gemiddeld 411 euro, terwijl de
werkelijke kost bijna het tienvoudige bedraagt.
Als je er ook maar even bij
stilstaat is de koppeling van de sociale bijdragen aan de sociale zekerheid en
van de fiscale uitgaven aan de gemeenschapsvoorzieningen een
vanzelfsprekendheid. Toch wordt aan die vanzelfsprekendheid makkelijk
voorbijgegaan. Zo was 85,3% van de respondenten het eens met de stelling ‘de
belastingen moeten in ieder geval worden verlaagd' uit Doe de stemtest van VRT
in 2003. Tegelijk wilde men een verhoging van de pensioenen en uitkeringen,
goedkoper openbaar vervoer, meer geld voor ontwikkelingssamenwerking, en als
ouderen de kosten van het rusthuis niet kunnen betalen, moet de overheid
daarvoor zorgen.
In Doe de stemtest van 2004: een verloning voor huishoudelijke
arbeid, een onkostenvergoeding voor vrijwilligers, een minimumloon voor
beginnende zelfstandigen en kunstenaars, meer steun voor multinationals, gratis
basisonderwijs, en een gewaarborgd minimuminkomen voor de boeren. Maar ook
liefst geen registratierechten meer en graag lagere belastingen in het
algemeen. Yves Desmet (DM, 25-05-2004) schreef er een edito over met als titel:
‘Alles, maar wel voor niets'. De voormelde vanzelfsprekendheid blijkt broos te
zijn. De link tussen bijdragen en gemeenschapsvoorzieningen is minder direct
dan het prijskaartje bij een paar schoenen. Bovendien betaalt niemand graag
belastingen. Aan de kassa van de supermarkt doen we toch ook geen vreugdedansje
als we de rekening krijgen? Maar een kijkje in de winkelkar kan ons wel vrede
doen nemen met de rekening.
Het concept ‘Tax Freedom Day'
knipt bewust de band door tussen de overheidsbijdragen en wat ermee wordt
gefinancierd. Het is een handigheidje om het bestaande negatieve beeld over
belastingen nog te versterken. Het is een propagandamiddel overgewaaid uit de
VS. ‘Tax Freedom Day' werd er dertig jaar geleden in het leven geroepen door de
libertaire denktank Tax Foundation. De ideologische strijd voor de afbraak van
de overheid en van de sociale bescherming werd verpakt in een pleidooi voor
minder belastingen. Wie pleit voor minder belastingen krijgt immers meer bijval
dan wie pleit voor sociale afbraak. Zeker als je doet alsof het ene niets met
het andere te maken heeft. Sommigen draaien er bovendien hun hand niet voor om
creatief te werk te gaan opdat ‘Tax Freedom Day' zo laat mogelijk zou vallen. Kwestie
van de boodschap te versterken. Op basis van een bedenkelijke berekening
beweert de onafhankelijke denktank WorkForAll dat we pas op 12 oktober voor
onzelf beginnen werken. Slaven van de overheid zijn we. Of hoe je een karikatuur
maakt van een karikatuur.
Het pleit voor PricewaterhouseCoopers,
een internationaal advieskantoor
dat vijf jaar geleden ‘Tax Freedom Day' in ons land introduceerde, dat ze het
rekenwerk niet manipuleren. Er valt trouwens niet veel te rekenen. Men deelt
het bedrag aan belastingen en sociale bijdragen dat de overheid in totaal heeft
geïnd door het Nationaal Inkomen. Dat vermenigvuldigt men vervolgens met 365,
het aantal dagen in een jaar. Dat PwC - 14.000 medewerkers in België en adviseur
van menig multinational - daarvoor een Leuvense Professor onder de arm neemt
durf ik dan ook te wijten aan een poging om het onzinnige concept een
wetenschappelijk cachet te geven en dus meer geloofwaardigheid. Met succes. De boodschap komt over, elk
jaar opnieuw. Een kleine greep uit de krantenkoppen van de voorbije jaren: "vanaf
vandaag werken we eindelijk voor onszelf", "vanaf vandaag werken we voor eigen
portemonnee", "Vanaf vandaag werken we niet meer voor vadertje staat", "vanaf
vandaag werkt u voor eigen rekening", ....
De ontkoppeling lijkt een feit.
Steeds meer wordt over fiscaliteit geschreven en gesproken alsof het een soort
boetesysteem is. Gesneden koek is dat voor rechtspopulisten als Jean-Marie
Dedecker, die bijval oogsten als ze belastingontwijking een daad van wettige
zelfverdediging noemen. En het reduceert het het politiek en maatschappelijk
debat over fiscaliteit tot een opbod van belastingverlagingen. ‘Hoe minder hoe
beter' lijkt wel een natuurwet, en niet alleen in ons land overigens. Toch is het
geen simpele minder of meer discussie. Een visie over fiscaliteit is
fundamenteel verbonden met de visie op de samenleving en over welke rol de
overheid daarin te spelen heeft. Als we een samenleving willen waar iedereen gelijke kansen heeft en
waar inkomensongelijkheid beperkt is, dan is er een sterke, strategische en actieve overheid noodzakelijk.
Zo'n
overheid heeft middelen nodig. Niet zo veel mogelijk, niet zo weinig mogelijk,
maar wel voldoende om haar opdrachten naar behoren uit te kunnen voeren. Put
your money where your mouth is. Tegelijk is het de plicht van de overheid om
dat zo efficiënt mogelijk te doen. Kan ze meer doen met dezelfde middelen? Kan
ze hetzelfde doen met minder? Laat ons dat debat voeren, uitklaren en er dan werk
van maken.
Minstens even belangrijk is dat
de lusten en de lasten eerlijk verdeeld worden. Aan de bijdragekant is daar
alvast nog veel werk aan de winkel. Om in de sfeer te blijven: er is niet echt
één ‘Tax Freedom Day'. Arcelor
Mittal, Electrabel, Janssen Pharmaceutica, AB InBev en onze grootbanken bijvoorbeeld
hebben hun feestje al maanden achter de rug, het moet ergens in januari zijn
geweest. Sommige van hen zelfs al in de nacht van oud op nieuw. En misschien wel
met dank aan PwC voor de uitmuntende tax planning. Zelfde verhaal voor de grote
vermogens. Van werknemers daarentegen wordt een buitenproportionele bijdrage
gevraagd. Over de noodzaak om via een fiscale herschikking tot een eerlijke
fiscaliteit te komen waarbij de verschillende ‘Tax Freedom Days' dichter bij
elkaar komen te liggen, lezen we niets in de berichtgeving die door PwC wordt
gestuurd. Meer nog, wat volgens PwC dringend moet gebeuren is een fiscale
hervorming ten voordele van... diegenen voor wie fiscale bevrijdingsdag nu al het
vroegste valt.
Dirk Van der Maelen
|